Rechtbank Arnhem Sector kanton Locatie Nijmegen Zaaknummer: 348084 Rolnummer : 8077/04/199 Uitspraak : 29 september 2004 R.D. VONNIS IN KORT GEDING In de zaak van OLAF IVAR SEIBERT wonende te Nijmegen, eiser, gemachtigde: mr. P.R.M. N_____, Advocaat te Arnhem, tegen de besloten vennootschap POLDERLAND LANGUAGE & SPEECH TECHNOLOGY B.V., gevestigd te Nijmegen, gedaagde, gemachtigde: mr. A.A.S. van der Meer, advocaat te Nijmegen. Partijen worden verder Seibert en Polderland genoemd. (1 - 4 volgen hopelijk later) 1. Het verloop van de procedure 2. De vaststaande feiten 3. De vordering 4. De standpunten van partijen 5. De beoordeling 5.1 Nu Seibert de beëindigingsovereenkomst kort na het ondertekenen daarvan heeft herroepen, kan deze, hoewel Polderland uitdrukkelijk heeft weersproken dat Seibert niet op de hoogte zou zijn geweest van het feit dat er op 23 maart ook over een ontslag op staande voet zou worden gesproken, dat zij hem niet op de consequenties van een en ander zou hebben gewezen en dat zij hem evenmin in de gelegenheid zou hebben gesteld omtrent de consequenties advies in te winnen, vorshands[sic] niet in stand blijven. Om de rechtsgeldigheid van deze overeenkomst nader te onderzoeken is bewijslevering noodzakelijk, waarvoor deze procedure zich niet leent. 5.2 Echter, met Polderland is de kantonrechter voorshands van oordeel dat de handelwijze van Seibert wel gedelijk een dringende reden voor een ontslag op staande voet oplevert. Een publicatie als waar het hier om gaat kan en behoeft niet door een werkgever van een werknemer geaccepteerd te worden. Seibert heeft de grenzen van het behoorlijke hiermee overschreden. 5.3 Evenmin is de kantonrechter het voorshands met Seibert eens dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Polderland heeft hem ter gelegenheid van het gesprek op 23 maart 2004 de kans geboden zelf voor een beëindiging van het dienstverband te kiezen, maar heeft hier - naar onweeersproken vaststaat - wel aan toegevoegd dat, indien Seibert hier niet voor zou kiezen, hij op staande voet ontslagen zou worden. Toen Seibert de beëindigingsovereenkomst herriep is Polderland dna ook direct - en dus onverwijld, na de ontvangst van die herroeping tot het ontslag op staande voet voor zover vereist. 5.4 Hetgeen partijen verder nog over en weer naar voren hebben gebracht kan, gelet op het vorenoverwogene, onbesproken blijven. 5.5 De vordering van Seibert zal dan ook worden afgewezen, met zijn veroordeling als de in het ongelijk gestelde partij inde koste van deze procedure. 6. De beslissing De kantonrechter, rechtdoende in kort geding, wijst de vordering af; veroordeelt Seibert in de proceskosten, aan de zijde van Polderland gevallen en tot aan dit vonnis begroot op EUR 180,-- als salaris voor de gemachtigde van Polderland. Dit vonnis is gewezen door mr J.W.M. Tromp, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar te Nijmegen uitgesproken op 29 september 2004 De griffier, De kantonrechter, [handtekening, Hendriks] [handtekening, tamelijk onleesbaar]