Heden,
heb ik:
ten verzoeke van:
Olaf Ivar Seibert, wonend te Nijmegen, te dezer zake woonplaats kiezend te Arnhem aan de Jansbinnensingel 24 ten kantore van V__ V___ N_____ & De V____ Advocaten waarvan mr. P.R.M. N_____ wordt gesteld tot gemachtigde en als zodanig zal optreden, alsmede te Nijmegen aan de Oranjesingel 56 ter griffie van de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen;
krachtens mij, deurwaarder, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem sector kanton, locatie Nijmegen, verstrekte mondelinge last
IN KORT GEDING GEDAGVAARD:
de besloten vennootschap Polderland Language & Speech Technology B.V., gevestigd en kantoorhoudend te 6525 EC Nijmegen aan het Toernooiveld 220, aldaar aan dat adres mijn exploit doende en afschrift dezes latende aan:
OM:
op
in persoon of vertegenwoordigd door een behoorlijk gemachtigde te verschijnen ter openbare terechtzitting van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen in het kantongerecht aan de Oranjesingel 56 om daar dan mondeling te antwoorden op de hierna omschreven eis;
MET AANZEGGING:
dat indien gedaagde niet op de hiervoor omschreven wijze in het geding verschijnt en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen de rechter tegen gedaagde verstek zal verlenen en de vordering zal toewijzen tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt;
TENEINDE:
mijn requirant als eiser te horen concluderen en eis doen als volgt:
1. Eiser is bij gedaagde in dienst getreden op 16 december 1993. Thans is zijn functie die van software engineer. Zijn bruto-salaris bedraagt €XXXX,XX per maand op basis van een arbeidsovereenkomst voor 35 uur per week. Zijn netto-salaris bedraagt €XXXX,XX per maand.
2. Eiser verricht zijn werkzaamheden voor gedaagde te Nijmegen, de plaats waar hijzelf ook woont en waar gedaagde is gevestigd. De sector kanton, locatie Nijmegen van de rechtbank Arnhem is derhalve bevoegd van eisers vorderingen kennis te nemen.
3. Centraal in het geschil tussen partijen staat dat eiser van mening is dat er nog steeds sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en dat gedaagde van oordeel is dat er op 23 maart 2004 een einde is gekomen aan die arbeidsovereenkomst primair doordat partijen een beëindigingsovereenkomst met elkaar hebben gesloten, subsidiair, voor het geval die overeenkomst nietig zou zijn, doordat gedaagde eiser op die dag op staande voet heeft ontslagen.
4. In de uitvoerige correspondentie tussen (de raadslieden van) is aandacht besteed aan hetgeen heeft geleid tot de gebeurtenissen van 23 maart 2004 en is verder naar voren gekomen dat de kwestie niet meer in der minne valt te schikken.
5. De situatie is thans dat eiser thuis zit zonder werk en zonder inkomen en hij heeft een spoedeisend belang bij het treffen van een voorziening waarbij hij weer bij gedaagde aan de slag kan en zijn loon krijgt doorbetaald vanaf 23 maart 2004.
6.0 Reconstructie van de feiten
6.1 Tijdens een bedrijfsbijeenkomst op 8 maart 2004 maakte een collega van eiser bekend dat hij, zoekend via de zoekopdracht lesbische swingfeesten terechtkwam bij de site http://www.polderland .nl/-rhialto/bi/links.html.
6.2 Dit voorval veroorzaakte hilariteit in de vergadering, maar de aanwezige directeur koppelde aan het bericht, dat voor hem nieuw was, de beslissing dat het afgelopen moest zijn met de persoonlijke pagina's, gekoppeld aan de website van gedaagde. Nog staande de vergadering heeft eiser kenbaar tegen die beslissing geprotesteerd.
6.3 In aansluiting op die mededeling en zijn protest heeft eiser op een van de pagina's van zijn website elders een kritisch commentaar geleverd op de beslissing van gedaagdes directeur onder de titel:”The hypocrisy of an employer or how lesbian dace parties incite censorship.”
6.4 Op 22 maart riep de directrice van gedaagde eiser bij zich. Zij deelde eiser mee over de inhoud van de door eiser gepubliceerde pagina vertoornd te zijn. Daarop heeft eiser een aantal pagina's van zijn site aangepast en heeft hij nog dezelfde ochtend de doorverwijzing naar de betreffende site verwijderd.
6.5 Niettemin stelde de directrice van gedaagde eiser op non-actief.
6.6 Op 23 maart voerden vervolgens de directeur en directrice van gedaagde een gesprek met eiser. Aan eiser bleek bij die gelegenheid dat de beide directieleden de wijzigingen door eiser van ondergeschikt belang achtten. De directieleden gaven hem verder geen kans zich te verweren maar legden aan hem voor dat hij een beëindigingsovereenkomst kon tekenen en dat hij anders op staande voet zou worden ontslagen.
6.7 Geïntimideerd dor de houding van de directieleden, die voor eiser volledig uit de lucht kwam vallen, heeft eiser de overeenkomst getekend, hoewel hij het met de inkomst en de strekking ervan niet eens was. De dreiging van een ontslag op staande voet, de onzekerheid over wat de consequentie van het een en ander zou zijn, de weigering van de directieleden hem bedenktijd te geven, hadden op eiser de uitwerking dat hij slechts een tekst kon ondertekenen die niet zijn wil weergaf.
6.8 pas na het voorval van 23 maart en na gesprekken met mensen uit zijn omgeving, realiseerde eiser zich tenvolle wat er was gebeurd.
6.9 Eiser heeft daarop bij brief van 26 maart 2004 aan de directie van gedaagde meegedeeld, dat hij door de ontwikkelingen tijdens het gesprek op 23 maart overrompeld is, dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen, dat hij niet is gewezen op de consequenties van het ondertekenen van de al klaarliggende overeenkomst, dat hij niet in de gelegenheid is gesteld omtrent de consequenties advies in te winnen en dat hij de ondertekening uitdrukkelijk herroept.
6.10 Bij brief de dato 29 maart 2004 schrijft de raadsman van gedaagde aan eiser dat gedaagde eisers visie op het gesprek van 23 maart verwerpt.
6.11 Verder deelt de raadsman van gedaagde in genoemde brief mee: “Een ontslag op staande voet is toen achterwege gebleven, omdat u gekozen had voor het zelf nemen van ontslag en voor een beëindigingsovereenkomst. Omdat u mijn cliënte pas bij op heden ontvangen brief d.d. 26-03-2004 heeft medegedeeld dat u is teruggekomen op die beëindigingsovereenkomst, kan mijn cliënte u ook nu pas - voorzover nodig - op staande voet ontslaan.
6.12 Vervolgens ontslaat gedaagde bij dezelfde brief van haar raadsman eiser op staande voet onder mededeling van de redenen voor het ontslag.
6.13 De door gedaagde opgegeven redenen voor ontslag op staande voet zijn:
6.14 Bij brief de dato 9 april 2004 heeft daarop eisers raadsman bestreden dat er sprake was van wilsovereenstemming ten aanzien van het aangaan van een beëindigingsovereenkomst, heeft hij betwist dat er sprake was van dringende redenen voor een ontslag op staande voet, heeft hij aangegeven dat er geen sprake is geweest van een onverwijlde mededeling van een ontslag op staande voet en heeft hij de nietigheid van het ontslag ingeroepen wegens gemis aan toestemming van het CWI. Bij die gelegenheid heeft eisers raadsman bovendien gedaagde in de gelegenheid gesteld aan eiser kenbaar te maken dat hij zijn werkzaamheden kon hervatten en dat het hem toekomende loon zou worden doorbetaald, alles onder aanzegging van de wettelijke rente vanaf 9 april 2004 en een vertragingsrente die zou oplopen tot 50% bij niet betaling van het salaris aan eiser.
6.15 De briefwisseling tussen de raadslieden is nog voortgezet in de maand mei 2004 zonder dat er sprake is geweest van toenadering in de standpunten van partijen. Gedaagde blijft van oordeel dat eiser ontslag heeft genomen, dan wel een beëindigingsovereenkomst is aangegaan met gedaagde en in elk geval op staande voet is ontslagen en eisers standpunt is daaraan tegenovergesteld.
6.16 Voor een goed begrip van de casus en ter voldoening aan de substantiëringsverplichting geeft eiser thans weer aan welke passage uit zijn artikel op zijn eigen web-site gedaagde zich blijkens de brief van haar raadsman de dato 29 maart 2004 heeft gestoord: “…I would never have expected this from ths man. In summary, I think this is extremely patronising, hypocritical and quite possibly, given the original excuse, actionable by the anti-discriminatio office and in any case does not reflect well on the morals of the employer. … This page is definitely not approved by Polderland Language & Speech Technology BV, but is valid HTLM.”
6.17 naar zijn oordeel heeft eiser het standpunt van gedaagde in het bovenstaande uitvoerig en correct weergegeven.
6.18 Zijn eigen standpunt samenvattend meent eiser;
6.19 Eiser breng in de procedure de navolgende producties, waarop hij zich beroept:
Om deze redenen verzoekt eiser de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. Gedaagde te veroordelen eiser toe te laten tot zijn werk en hem in de gelegenheid te stellen die werkzaamheden te gaan verrichten binnen 24 uur na een in deze zaak te wijzen vonnis op verbeurte van een dwangsom van €150,00 per dag voor elke dag dat gedaagde nalatig zal zijn aan deze veroordeling te voldoen;
2. Gedaagde te veroordelen binnen twee dagen na een daartoe strekkend vonnis aan eiser te betalen het hem toekomende loon vanaf 23 maart 2004 van €XXXX,XX netto per maand, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf 9 april 2004 en een vertragingsrente van 50% over de bruto maandsalarissen van €XXXX,XX over de maanden maart, april en mei en de overige maanden indien de betaaltermijn met meer dan 5 dagen is overschreden;
3. Gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.
De kosten dezes zijn voor mij, deurwaarder €